Burn-out? Jij? Waarvan dan?

Steekje los? Een vrolijk burn-outboekje

Guurtje Leguijt kreeg in 2014 een burn-out, en schreef naar aanleiding daarvan een vrolijk boekje over burn-out, Steekje los?
Ze beschrijft in korte stukjes de eerste verschijnselen (om half negen ‘s morgens al doodmoe zijn), de ontkenning en het einde daarvan (toen ik op de vloer van de supermarkt wilde gaan liggen, besloot ik naar de dokter te gaan), de omslag, de heling en hoe nu verder? Met tussendoor lijstjes als ’10 dingen die mis kunnen gaan bij het zetten van een kopje thee’ en tips.


Speciaal voor PastoraatWijzer maakte Guurtje een lijstje met do’s en don’ts in (pastorale) contacten met iemand die een burn-out heeft.

Do’s:

1 Luisteren (ik ben geneigd dit ook op plaats twee en drie te zetten maar dan maak ik mij er te makkelijk van af).

2 Als je wilt bidden of een Bijbeltekst mee wil geven, doe dat dan zorgvuldig. Bid zelf om wijsheid hierin. Van tevoren een tekst op een kaart schrijven en die aan het eind van het gesprek geven, kan ook heel goed zijn.

3 Daag de ander uit te zeggen waarmee hij/zij geholpen zou zijn. (Dit is heel belangrijk want mensen met een burn-out zijn vaak mensen die moeilijk om hulp vragen. En juist in de burn-out, als ze wellicht het gevoel hebben dat ze falen, kan dit uit schaamte nog moeilijker zijn.) Probeer deze hulpvraag concreet te maken en spijkers met koppen te slaan.

4 Misschien vindt hij/zij het prettig om samen een rondje te lopen, zonder te praten. Dat helpt ook!

5 Bedank hem/haar omdat hij/zij kwetsbaar durfde te zijn.

 

Don’ts:

1 Met je eigen verhaal komen. Vertellen dat je uit ervaring weet waar de ander het over heeft kan drempelverlagend werken, maar overdrijf niet!

2 Vertellen wat de ander MOET doen.

3 Te hard praten, te snel bewegen. (Ik kon daar toen ik een burn-out had in het begin heel slecht tegen. Iemand die enthousiast opsprong, in de handen klapte en zei: ‘Nou, ik ga maar weer eens op huis aan…’ Alsof er vuurwerk naar mijn hoofd werd gegooid!)

4 Het bezoek te lang maken. En ‘te lang’ wordt bepaald door hoe die ander zich voelt. De kans is groot dat hij/zij niet zegt dat het te lang duurt, let daarom zelf goed op.

5 Denken dat je iets niet goed hebt gedaan omdat die ander niet veel opgeknapt lijkt na jouw gesprek. Zo snel gaat het nu eenmaal niet.