Lezingen en artikelen

Artikel: Samen kerk 

Hoe ben je samen kerk als mensen onderling sterk verschillen? De allervroegste christelijke kerk spatte door deze verschillen bijna uiteen. De weg die men vond om samen kerk te zijn kan ons vandaag helpen om één kerk te zijn van mensen met heel verschillende achtergronden en gewoonten.

Door: Dr. R. (René) de Reuver, predikant van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is sinds juni 2016 scriba van de generale synode, algemeen-secretaris van de landelijke kerkvergadering van de PKN.

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Een goed gesprek met goed gereedschap 

Door: Margriet van der Kooi

Dit artikel verscheen in Ouderlingenblad nr. 1095, september 2018 en is gebaseerd op een inleiding van Margriet van der Kooi tijdens de Landelijke Pastorale Dag op 26 mei 2018. Thema van die dag was ‘Een goed gesprek’. 

 

Het was een gevleugeld grapje in ons gezin: `Ha, doen we weer een GGtje…’, riepen onze kinderen als er een serieuzer onderwerp op tafel kwam. Soms hadden ze er zin in. Niet altijd.
Voor een Goed Gesprek is zin nodig, en ruimte. De moed om te wachten. Gras groeit niet door eraan te trekken, leerde ik ooit van een priester. Dat is ook een gevleugeld woord geworden bij ons thuis. Dat zeg ik ook vaak tegen mezelf als ik bij een bed zit, of thuis een pastoraal of coaching-gesprek voer.

Wat is nu een GGtje als we een gesprek in het pastoraat voeren? Wat is daarvoor nodig? Moet dat een geloofsgesprek zijn? En moet het over God gaan om pastoraat te kunnen heten? En waarom zouden we daar ons best voor doen?

 

Heilige grond

Wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik naar toe en waarom leef ik eigenlijk? Dat zijn de grote levensvragen. Niet elk gesprek moet over de grote vragen gaan, ook niet in de kerk, maar het is wel belangrijk dat het juist in de kerk over die vragen mág gaan. Daar hopen mensen op, niet elke dag, maar vaak genoeg. Mensen verlangen naar inhoud, en zijn teleurgesteld als dat er niet van komt. Ooit zei een psychiater tegen me: `Margriet, jij zegt dat mensen grote vragen hebben en ervaringen hebben die ze verbinden met `iets groters’, maar ik hoor dat nooit vertellen, hoor.’
Ik zei dat ik dat niet zo raar vond. Dat spreken over wat je ervaart tussen hemel en aarde intiemer is dan praten over seksualiteit. Dat begreep ze.

 

Vertellen dat je Rooms Katholiek gedoopt bent, of op zondag geregeld naar de kerk gaat, zijn dingen die je wel wilt. Maar wat je daaraan beleeft is iets heel anders. Wat je raakt, ontroert, een Godservaring of iets dat je verrast, waarop je niet gerekend hebt, is vaak Heilige Grond. Je mag daar alleen komen als je je schoenen uittrekt. Een jonge man vertelde dat hij een engel gezien had. ‘Heb je het daar wel es over met je psychiater?’, vroeg ik.
Hij vroeg of ik soms gestoord was. ‘Straks zegt die nog dat ik gek ben.’
Hij wilde niet worden afgerekend op iets wat hem kostbaar was. Hij wist heel goed dat hij psychotisch was toen die engel aan hem verscheen, maar de ervaring op zich had hem goed gedaan, in het heetst van zijn angsten was hij door de engel gerustgesteld. Dat wilde hij zich niet laten afnemen. Heilige grond.

 

Zoiets maakte ik ook mee op een bijeenkomst van een kerkenraad. Het onderwerp was: wat merken we van de Heilige Geest? Er was een goede sfeer, het viel ons toe dat we niet aan formica tafeltjes zaten, maar bij iemand thuis, omdat de koster de avond niet in zijn agenda had staan. Eén van de ouderlingen vertelde ons hoe hij op een nacht niet de slaap kon vatten vanwege een spannende presentatie die hij de volgende dag moest geven. Vanuit het niets waren hem toen oude woorden te binnen geschoten, een gebed van Theresa van Avila, een Taizé lied: ‘Nada te turbe – Laat u niet verontrusten, solo Dios: vertrouw op God’. Hij had het ontvangen als een Woord van uit de Hoge, hij was op slag rustig geworden, goed geslapen. Zijn verhaal ontroerde hem en ons, en later zei hij: ik heb dit nog nooit aan iemand verteld.
Nee, want dat is heilige grond, je wilt er wel over vertellen, maar alleen als de ander daar ook als met een geschenk mee omgaat.

 

Geloofsgesprek

Als een werkelijk geloofsgesprek te maken heeft met heilige grond, wat maakt zo’n gesprek dan zo, dat het goed doet, verder brengt, het hart versterkt, vrolijk maakt, bemoedigt, doet opspringen? Een goede korte uitleg van pastorale zorg is: zeggen dat er een Herder is. Dat `zeggen’ kan op allerlei manieren, er is meer taal dan woorden. Als maar ontdekt kan worden dat het God om mensen gaat. Dat Hij een God is die naar mensen omziet, om hen geeft, hen op de hielen zit, hen liefheeft. Een weg wijst. Omdat ze van Hem zijn. Op Hem hopen wij. Intussen zijn woorden niet onbelangrijk, als het maar goede woorden zijn. Dat is ook de betekenis van zegenen: goede woorden spreken tot of over iemand.
Lukas vertelt het verhaal van twee mannen op weg naar huis, vanuit Jeruzalem. Ze zijn van streek, verward en teleurgesteld. Ik moet daarbij denken hoe we een puzzel maken. Als je klein bent één met drie stukjes, naarmate je groter wordt met 10, 50 stukjes en misschien wel met 5000 stukjes. Zo’n grote lukt alleen als je er de deksel bij hebt, waar het plaatje dat je gaat maken op staat. Stel, je hebt de puzzelstukjes van een haven, maar er is per ongeluk de verkeerde deksel van een berglandschap op de doos gekomen…

 

Zoiets lijkt er aan de hand te zijn op die middag, lang geleden. De mannen hebben een plaatje in hun hoofd, maar de stukjes die ze hebben kloppen er niet bij.
Er wordt verteld dat er een onverwachte Reisgenoot langszij komt. Hij ziet hun bezorgde gezichten, hoort hen confereren. Hun verwarring is eeuwenoud:

‘Als God rechtvaardig is, hoe kan het dan dat er zoveel onrecht in de wereld is?’

‘Als God liefde is, waarom doet Hij dan niks aan alle geweld en verdriet?’

‘Heer, als u hier geweest was, zou mijn broer niet gestorven zijn!’

Allemaal mensen met puzzelstukjes die niet passen bij het plaatje op de deksel, in hun hoofd. Dat gaat over vragen van alle mensen van alle plaatsen en alle tijden.

De Reisgenoot over wie Lukas in zijn verhaal over de Emmaüsgangers het heeft is Jezus. Niet dat zij hem herkennen, dat komt pas later, bij het breken van het brood. Mij gaat het er hier nu om dat Jezus langszij komt, aandachtig informeert naar hun zorgen, en dan gaat uitleggen dat ze de verkeerde deksel bij de puzzelstukjes hebben. Hij pakt er als het ware de juiste deksel bij en vertelt hoe ze de stukjes kunnen leggen. Hij legde hen de Schriften uit, staat er, te beginnen bij Mozes en de profeten. En even verderop wordt verteld dat hun hart hun bijna uit het lijf sprong van vreugde, omdat ze iets begonnen te begrijpen van de zin van hun hoop. Het begon hen te dagen, zeg maar.

 

De urgentie van theologie

Moet je dan theologie gestudeerd hebben om pastoraat te kunnen doen? Welnee. Niet iedereen hoeft dikke boeken gelezen te hebben en tentamens gehaald te hebben om bezoekwerk te doen. Maar we kunnen wel meer plezier in bezoekwerk hebben als we bagage hebben voor een gesprek. Inhoud. Inderdaad: bijbelkennis. En als we zelf in de gaten hebben wat ónze gedachten zijn over God, mens en wereld. Iedereen heeft gedachten over God, mens en wereld. Dat een beetje op een rijtje hebben is theologie.

Ik ben opgeleid in Utrecht en aan de VU in de zeventiger jaren. Veel kerkmensen hadden toen een allergie ontwikkeld  tegen de gangbare huisbezoeken, die pas goed waren als er een stukje Bijbel gelezen was en gebeden. Ik kende dat niet: ik kom uit een randkerkelijk gezin, maar veel studiegenoten kwamen wel uit die traditie. Velen ervoeren dat als een akelig keurslijf. Er ontstonden nieuwe criteria voor wat een goed gesprek was: dichtbij de mensen blijven, niets opleggen, geen oordeel hebben. Bijbellezen en gebed waren niet meer de maatstaven voor een goed gesprek. We oefenden gesprekstechnieken en goede psychologische interventies. We leerden meer luisteren en minder spreken. Dat is heel belangrijk geweest en nodig. Nu is het weer tijd voor een vervolgstap en weer meer werk te maken van de inhoud.

Een kennis vertelde: ‘Ik werd gevraagd om in de kerkenraad te komen. Ik zei: ik ga niet elke zondag naar de kerk, ik heb geen idee wat jullie van bezoekwerk verwachten. Ik weet niet zoveel van de Bijbel. Weet je wat ze zeiden? Dat het niet gaf! Als ik het maar deed. Ik dacht: als het zo weinig serieus is, ga ik liever meer tijd besteden aan mEen goedodelbouwen. Ik heb het nodig dat ik nadenk over de vraag waarom ik tijd zou steken in kerkenwerk. Waarom houden we dat allemaal in stand? Het ging toch ergens over? Of gaat het alleen om een goed gevoel?’

Ik ben het met hem eens. Het geeft wél. Het werk van ouderling/diaken/bezoeker wordt er leuker en bevredigender op als je je ervoor laat toerusten. De mensen die je bezoekt hebben er ook recht op dat je wat in je rugzak hebt en iets bij te dragen hebt in het gesprek. Zoals het helpt dat je in verkiezingstijd de krant gelezen hebt als je met elkaar praat over verkiezingen. Of iets weet over de geschiedenis van Rusland als je op een verjaardag wilt meepraten over de ramp met de MH 17. Bij een wandeling door nieuw gebied is een gids een goede hulp. Je ziet meer en verdwaalt minder. Het bezoekwerk wordt er leuker en betekenisvoller door als je gereedschap in je bagage hebt.
Wat voor gereedschap? Dat je je best doet om fatsoenlijke theologie in je rugzak te hebben. Daar hoeven we niet van te schrikken:  theologie hebben we allemaal zodra we iets zeggen over leven en zin. Theologie is niets anders dan fatsoenlijk nadenken over God, mens en wereld. En dat helpt. Echt.
Pastoraat is het werk van steeds weer bij elkaar brengen van het Verhaal van God en de verhalen van mensen. Goed luisteren naar mensen en naar de stem van de Herder zijn daarvoor goed gereedschap.

 

Mw. drs. M.A.Th. van der Kooi is als geestelijk verzorger werkzaam in het Sint Antonius ziekenhuis in Woerden en Nieuwegein.

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Grenzen verleggen? (lezing Mechteld Jansen) 

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

In geloofsgesprek buiten de kerk 

Door Claartje Kruijff

Dit artikel verscheen in Ouderlingenblad nr. 1095, september 2018 en is gebaseerd op een inleiding van Claartje Kruijff tijdens de Landelijke Pastorale Dag op 26 mei 2018. Thema van die dag was ‘Een goed gesprek’. 

 

Geloven is iets persoonlijks

Geloven is iets persoonlijks. Ik hoorde het mijzelf laatst nog zeggen toen mij in een interview moeilijke vragen werden gesteld over God en leven en dood en zinloosheid. Maar dat persoonlijks is een handige uitvlucht. Dus het is privé. Laat mij maar. Kom er vooral niet aan. Als ik bespreek wat ik echt ervaar en voel, dan kun je mij afbranden. Dan krijg je geen prachtige oneliners maar dan voel en ervaar je mijn worsteling, en dan schaam ik mij misschien voor mijn verlegenheid. En wellicht durf ik de geloofstaal, die zieletaal die mijn hart beroert, niet uit te spreken, dan valt het dood of klinkt het plotseling raar vroom. Eigenlijk durf ik dan niet. Of is het misschien uit gemakzucht? Onverschilligheid? Jij je ding, ik de mijne. Jij zondagochtend naar de kerk, ik naar het Rijksmuseum. Duidelijke scheidslijnen, even goede vrienden. Maar geen gesprek en nauwelijks verbinding. Ieder torst alleen de eigen zoektocht mee. Want het is privé, het is maar iets persoonlijks.

 

Een maand geleden mocht ik een studiedag begeleiden van honderd vrouwen rondom het Onze Vader. Na mijn inleiding op het gebed werden de vrouwen in groepjes van tien aan het werk gezet. Iedere tafel kreeg een gebedsregel uit het Onze Vader voorgeschoteld. Ik liep de tafels een voor een af. In het eerste kwartier hoorde ik aan alle tafels steeds weer de opmerking: het is natuurlijk heel persoonlijk! Hoe je denkt over een mooiere wereld, of het beeld van een Vader, Uw Wil, daar kijkt ieder natuurlijk anders tegenaan. En zo was iedereen het met iedereen hartgrondig eens. Het was allemaal maar persoonlijk. Ik voelde een gezamenlijke afweer. Dus als het persoonlijk is dan kan ik mij daarachter verschuilen. Dan hoef ik mijzelf niet te laten zien.

Ik stelde wat extra vragen hier en daar, stelde mij kwetsbaar op, want dat helpt heb ik geleerd. U herkent het vast, je geeft een opening en een ander volgt. Of opeens krijg jijzelf van een ander een handreiking, een ander zet jou op vrije voeten en je hoort jezelf opeens tevoorschijn komen. Aan de tafel die de regel had over ‘leid ons niet in verzoeking’ vertelde een mevrouw een heel kwetsbaar liefdesverhaal. Hoe haar huwelijk stuk was gelopen. Het was toen heel eenzaam, zei ze. Toen ik haar beluisterde, vroeg ik mij af of die eenzaamheid niet nog duurde. Toen vertelde een jongere vrouw over haar chronisch zieke kinderen en haar teleurstelling en boosheid. Was je boos op God?, vroeg de een. Leidt God ons richting dit soort beproevingen of helpt die God je juist om je in die moeilijkheden staande te houden?, vroeg een ander. De vrouw antwoordde: toen was ik boos op God, maar dat was mijn diepe teleurstelling en rouw, nu ben ik veranderd. Ik kijk nu weer anders tegen het leven aan. Dit gesprek brengt mij verder, ik zal er eens over denken. Het gesprek was begonnen en kreeg verdieping.

 

Mijn eigen zoeken en vinden: Sporen van God

Vijftien jaar geleden ging ik theologie studeren aan de VU. Ik kom uit een buitenkerkelijk, academisch, liberaal milieu en heb na een studie psychologie acht jaar als consultant gewerkt voor een Amerikaans organisatieadviesbureau, waarvan de laatste vier jaar in Londen.

Na een lange zoektocht en een ontmoeting met een priester kwam van het een het ander en ging ik theologie studeren.

 

Tijdens mijn studie aan de VU voelde ik dat ik niet meer bij diegenen hoorde die zich ongelovig noemden, maar bij de gelovigen zocht ik steeds weer naar een voor mij geloofwaardige plek. 
Ik werd samen met andere studenten bij een docent thuis uitgenodigd om te spreken over ons geloofsleven. Tussen de andere studenten voelde ik mij opnieuw soms wat verloren, zij waren vaak nogal overtuigd gelovig en konden dat met woorden uit de christelijke traditie onderstrepen en bekrachtigen – en ik? Ik viel stil. Had ik voldoende wisselgeld? Of paste ik ook hier niet? Ik heb mijn twijfels met mijn docent gedeeld. En die zei mij toen: ‘dus je bent van buiten de kerk hier gekomen nu, je bent student theologie en hier nu met medestudenten bij een predikant thuis om te spreken over je geloofsleven? Je zit hier goed, je bent op zoek naar sporen van God, vervolg je weg.’ Dat opende voor mij noodzakelijke nieuwe ruimte. Het hoefde kennelijk niet massief of vaststaand, sporen van God, van menselijkheid, of misschien was die God wel op zoek naar mij.

 

Dit is precies wat ik probeer te doen in mijn gesprekken met mensen. Sporen van God zoeken. En vaak is er in hun gesprek geen expliciet spoor aanwezig en soms benoemen we de sporen niet eens. En mensen zoeken sporen van God via mij, omdat ik verbonden ben met de christelijke traditie. Voor hen draag ik een echo mee uit het verleden, al is het soms maar een hele vage echo.

 

In pastoraal gesprek buiten de kerk

De pastorale gesprekken die ik voer zijn voor negentig procent rand- of buitenkerkelijk. Ik krijg veel verzoeken om een gesprek van mensen die de kerk van hun jeugd hebben verlaten maar toch een groot verlangen hebben. Ook kom ik in volstrekt buitenkerke
lijke omgevingen, waar mensen met lege handen staan wanneer het gaat om verwarring, crisis, ziekte, dood. Er is dan geen taal, er zijn geen rituelen en mensen staan dan met lege handen.

 

Ik noem graag twee voorbeelden:

Een vrouw van begin vijftig met vier kinderen heeft een zeldzame vorm van kanker met een slechte prognose. Ze krijgt heel veel liefde en steun vanuit de omgeving. Maar de steun is allemaal in de trant van: jij bent sterk! Als iemand het kan, dan ben jij het! En mensen raden haar vrijwel meteen na dit schokkende nieuws aan om voor haar kinderen psychologische hulp te zoeken en eventueel voor zichzelf ook. 
Ze belt dat ze een afspraak wil maken. Ik open de deur van de pastorie en ze barst op de drempel al in tranen uit. Ik neem haar mee de kerk in, we steken een kaarsje aan en ze loopt eerst een kwartier rond, om de ruimte te proeven. We zitten in de kerk en ze kan niet ophouden met vertellen en huilen. ‘Ik ben sterk, maar niet altijd. Ik ben ook bang en ik heb zorgen en vragen’, vertelde ze. Als pastor sta ik dan naast haar en open ik een ruimte die ze om zich heen niet krijgt. Het kerkgebouw en de ruimte voor gesprek alleen al doen haar veel.

De telefoon ging. Een vrouw belde of zij mij iets mocht vertellen wat zwaar op haar hart lag. Ik nodigde haar uit om dat te doen. Ik hing op en dacht: vroeger had je hier de biecht voor.

Dit zijn maar twee voorbeelden van de vele. Mensen hebben weinig taal meer voor de binnenkant van hun leven, voor zaken die zij niet in de hand hebben, die voor verwarring zorgen of verwondering, waar geen snelle antwoorden of oplossingen voor te vinden zijn. Ik zie het als mijn taak om ruimte te maken voor de binnenkant van ons leven, waar zo moeizaam over gesproken wordt.

 

Spanningsvelden en vragen in mijn werk

Mijn werk brengt ook spanningsvelden en vragen met zich mee. Ik noem er hieronder een aantal.

  •  Ik word op basis van wie ik ben en wat ik doe gevraagd als gesprekspartner. Maar zelden vanuit een geloofsvraag. Meestal is het meer impliciet of geheel afwezig. Het is voor mij belangrijk om mijn positie te blijven onderzoeken: met welke Godsbeelden leef ík, wat zeggen de bijbelverhalen míj, hoe verhoud ík mij tot andere tradities en uitingen van spiritualiteit, en tegelijkertijd is mijn openheid van belang om in gesprek te komen en te blijven.
  •  
‘Cherry picking’ is mij door collega’s weleens verweten: het hier en daar inzetten van een bijbelverhaal of een verhaal uit een andere traditie, omdat het goed uitkomt. Maar ik zie het als gespreksingangen en kansen. Mij wordt ook vaker gevraagd of ik niet te veel water bij de wijn doe. Terwijl ik juist probeer ruimte te maken en daarmee gespreksruimte te openen.
  •  Wil ik God ter sprake brengen, omdat ik denk dat het van mijn traditie moet, en hoe waarachtig is dat dan? Kan God misschien alleen al aanwezig zijn, doordat ik mijn diepste zielenroerselen met mij meedraag?
  •  Onderwerpen rondom belangrijke momenten die in het leven voorbij komen, hoogte- en dieptepunten, komen veel op mijn pad, dan weten mensen mij makkelijk te vinden. En steeds een beetje meer ook over het voelen van leegte of tekort, falen, schaamte, schuld, verantwoordelijkheid. Het is buiten de kerk een uitdaging om dergelijke existentiële onderwerpen te thematiseren.
  •  Ik voel ook wel eens frustratie want ik ben uiteindelijk maar een passant. Ik word ingeroepen op zo’n hoogte- of dieptepunt of in een acute crisis, maar deze mensen horen niet bij een geloofsgemeenschap en ik hoor niet bij hen. En die mensen zelf zijn ook passanten in het à la carte gebruiken van rituelen.
  •  Vaker kamp ik na gesprekken ook met vragen: Heb ik het nu goed gedaan? Had ik een andere interventie moeten plegen? Explicieter moeten zijn? Wanneer is het verhelderend om over God en over of 
vanuit de christelijke traditie te spreken 
en wanneer vervreemdend?

 

Belang van taal

Maar hoe het ook zij, ik blijf in mijn schrijven, spreken en ontmoetingen zoeken naar nieuwe taal en ruimte: een soort derde weg. Tussen de traditionele geloofstaal en de te naar binnen gekeerde feelgood, vaak oplossingsgerichte, spiritualiteit. En die taal blijft een uitdaging. Het gaat mij niet alleen maar om de menselijke maat, maar het gaat mij wel om een inclusieve manier van spreken die dichtbij de ervaringen van mensen staat, want als ik die toon, die snaar bij mensen weet te raken, dan opent zich een nieuwe, andere, vruchtbare ruimte.

 

Mw. drs. C. Kruijff is psycholoog en theoloog en werkzaam als predikant in de oecumenische Dominicuskerk in Amsterdam. Daarnaast heeft ze haar eigen praktijk als ritueel begeleider en coach voor mensen met levensvragen. Zij was van oktober 2017- oktober 2018 ‘Theoloog des Vaderlands’.

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Mijnheer Çakir – De redding van de wereld 

Een pastorale ontmoeting tussen een pastor en een patiënt in een ziekenhuis, gevolgd door een theologische reflectie daarop.

Hoofdstuk 1 uit Goed gereedschap is het halve werk. Over theologie in pastoraat en geestelijke verzorging
van Margriet en Kees van der Kooi (verschenen in oktober 2017)

Uit de inleiding tot dit boek: ‘Geestelijke verzorging, pastorale gespreksvoering, zielzorg: het zijn woorden voor begeleiding van mensen bij levensvragen. Ze verwijzen naar de religieuze dimensie, die soms bewust en nog vaker onbewust een rol speelt in levensverhalen en in de zoektocht naar richting en doel. Over die religieuze en theologische dimensie in geestelijke verzorging gaat het in dit boek. Uitgangspunt zijn concrete pastorale ontmoetingen, de verhalen van mensen en de wijze waarop de betrokken pastor reageert. Vervolgens wordt er op die ervaringen gereflecteerd. Wat is er aan de hand in theologische zin, hoe spelen theologische overtuigingen, noties en emoties bewust en onbewust een rol in het gesprek? Kortom, wat we hier verbinden is geestelijke verzorging en theologie.’

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Nieuwe wegen voor gemeentepastoraat (lezing Jantine Sonnenberg en Peet Valstar) 

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Van hart tot hart – pastorale ontmoetingen in de praktijk (lezing van Jeanette de Korte) 

Wat maakt een gesprek pastoraal? Verschillende lagen en bewegingen in een pastoraal gesprek.
Lezing van Jeanette de Korte, gehouden tijdens een studieochtend over pastorale ontmoetingen in Zoetermeer (september 2017)

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement