Kerkverlating

1 Voorbereiding van pastoraal gesprek 

Door Inge Bosscha

Het pastoraal ambt kan zwaar wegen, vooral bij degenen met een zorgzaam, empathisch en gewetensvol karakter. Een bezoek aan een (potentiële) kerkverlater vindt dan ook niet zelden plaats met lood in de schoenen.
Ook de bij sommigen misschien aanwezige gedachte dat dit mogelijk het laatste gesprek ‘binnen de kerkmuren’ is en daarmee ‘de laatste kans op het verkondigen van het Evangelie’, kan als druk en noodzaak worden ervaren.
Dit kan samenvallen met het idee dat de (potentiële) kerkverlater bezeerd of gewond is geraakt, ‘verkeerde’ conclusies heeft getrokken, niet het ‘juiste’ godsbeeld ontwikkelde, of dat er iets anders aan de hand is dat zorg behoeft.
Welke zorg is nodig en hoeveel tijd zal er nog zijn om deze zorg te kunnen verlenen? Wat als dit het laatste gesprek zal blijken te zijn? Wat moet dan in elk geval nog gezegd worden?
Veel van deze zorgen hebben te maken met de vraag: hoe stel ik mezelf op? Voor een goede voorbereiding kan het dan ook helpen bij deze vraag stil te staan.

 

Ontsla jezelf

Jezelf in dit gesprek zien als iemand die een laatste kans krijgt om recht te zetten en/of recht te doen, maakt dat je de neiging kunt hebben met je aandacht vooral bij jezelf en/of bij je boodschap te blijven. Terwijl de ander vertelt, formuleer je misschien in gedachten zorgvuldig de woorden die je straks wilt zeggen, wat ten koste kan gaan van empathisch luisteren naar de ander.
Een veelgehoorde en uiterst pijnlijke conclusie van kerkverlaters is dat er vanuit de kerk (bijna) niemand was die écht luisterde. Ga het gesprek dan ook niet in als iemand die wat probeert mee te geven, maar stel je op als iemand die iets hoopt te ontvangen.

De evangelisatie en de vorming  hebben – qua input – al plaatsgevonden. Omdat dit proces – in hart en geheugen – bovendien een leven lang doorgaat, hoeft – en kan – dat niet in dit ene gesprek worden aangepast of rechtgezet. Deze (bijna) kerkverlating is het (voorlopige) resultaat. Dit is niet meer het moment om te evangeliseren, maar om te inventariseren en misschien zelfs te leren. Probeer zo helder mogelijk te krijgen hoe de ánder het beleeft en/of heeft beleefd. Als je gespreksdoel is: meer zicht krijgen op de innerlijke wereld van de ander, hoef je niets te dóen, je hoeft er ‘alleen maar’ te zijn.

Als je je voorneemt om niet te corrigeren of te veroordelen, maar om zo goed mogelijk te proberen te begrijpen hoe het voor de ander is (geweest), krijg je als het ware de kans om te kijken door de ogen van de ander. De glimp die je opvangt van diens uitzicht, kan je inzicht geven in hoe iemand met andere eigenschappen en onder andere omstandigheden het kerkelijk leven (tot nu toe) heeft ervaren. Dit kan belangrijk zijn, al was het maar omdat de mogelijkheid bestaat dat deze persoon niet de enige is met een soortgelijke beleving.

 

Erken het proces

De kerk verlaten doe je niet zómaar. De meeste kerkverlaters geven aan dat ze zich in meer of mindere mate gedrongen voelden om deze stap te zetten. Over het algemeen vinden mensen het vreselijk om ouders, familieleden en vrienden verdriet te doen en verkeren ze liever niet in de positie van iemand wiens keuze leed veroorzaakt bij degenen die hen lief en dierbaar zijn.

Vaak heeft iemand die openlijk uitkomt voor geloofstwijfel, geloofsverandering of geloofsverlies al een heel traject ‘in de kast’ erop zitten. Vrijwel elke kerkverlater geeft aan een periode van eenzaamheid en worsteling te hebben (gehad). Erover spreken vraagt moed, omdat men heel goed beseft dat er verdriet en onbegrip kan komen, wanneer men laat zien hoe men écht denkt. Het is dan ook niet voor niets dat velen ervoor kiezen de kerk stilzwijgend te verlaten en liever niet meer het (exit-)gesprek aan te gaan. Het kan helpen om van tevoren stil te staan bij zowel de eenzaamheid als de moed van de (potentiële) kerkverlater, en daar straks in het gesprek ook naar te vragen en dit te erkennen.

 

Focus op de pijn en de behoeften

Als je je voorbereidt om te gaan luisteren naar iemand die door een ingewikkeld en dikwijls ook zeer pijnlijk proces gaat, probeer jezelf en je gevoelens dan alvast op de tweede plaats te zetten.
Ongeacht wat iemands verhaal met je zal doen en ongeacht of je dit al dan niet als ‘eerlijk’ en ‘terecht’ ervaart, neem je voor  om straks antwoord te vinden op de vraag wat iemands diepste pijn en diepste behoefte is.
Vraag door. Niet bij de pijn vandaan – wat vaak een onbewuste reflex is – maar vraag naar de pijn toe. Je hoeft niet bang te zijn dat je daarmee (nog meer) pijn veroorzaakt bij de ander. De pijn is er al. Er ontstaat juist meer pijn wanneer er niet over gesproken kan worden. Het kan iemand zo opluchten wanneer hij/zij uitgenodigd wordt om te vertellen.

Het kan helpen om vragen achter de hand te hebben als:

  • Hoe had je gewild dat er met je was omgegaan?
  • Wat vond/vind je het ergst?
  • Is er iets dat alsnog gedaan kan worden om jouw leed te verzachten?
  • Wat had/heb je nodig?

Ook dat is zielzorg.

 

Maak ruimte

Hoe sterk de neiging straks misschien ook kan zijn om uitspraken en emoties van degene met pijn te nuanceren of zelfs te corrigeren, probeer deze te onderdrukken.
Misschien ervaar je op een bepaalde manier druk omdat je gelooft dat je een afgevaardigde van de kerk bent en/of omdat je graag wilt dat iemand positief over de kerk en/of God blijft denken en spreken.
Misschien gun je de ander dezelfde fijne beleving als die je zelf hebt binnen de groepering en/of hoop je dat de ander weer Waarheid zal gaan zien in wat nu misschien als ‘slechts een verhaal’ wordt ervaren.

Benoem gerust gevoelens van onmacht en verdriet vanwege het verschil in beleving, maar probeer ook te voorkomen dat je in een strijd verwikkeld raakt wie de leer, de sfeer en de gebeurtenissen op de juiste manier ervaart of heeft ervaren, en erken dat mensen verschillend zijn en alleen al daarom de dingen verschillend beleven.

Kortom: ga het gesprek niet in met de hoop of zelfs de missie iemand op andere gedachten te brengen, maar probeer zo diep als je kunt – en wordt toegelaten – af te dalen in wat de ander bezielt.
Ik hoor van te veel kerkverlaters dat zij zich ‘op het eind’ vooral een ‘evangelisatieproject’ hebben gevoeld, terwijl zij vaak juist zo’n behoefte hadden aan een open oor en een empathisch hart.

 

Inge Bosscha studeerde Contextueel Pastoraat en is werkzaam als Coach voor Kerkverlaters.  Zie dogmavrij.nl

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

2 Het gesprek 

Door Inge Bosscha

Er kunnen vele redenen zijn waarom iemand de kerk wil verlaten.
Soms is een ingrijpende gebeurtenis de (indirecte) aanleiding waardoor iemand een andere visie krijgt op wat diegene ooit normaal en goed vond.
Soms is het een gemis aan diepgang of echtheid, soms mist iemand ruimte om zichzelf te kunnen zijn in álle facetten van de persoonlijkheid.
De één verdwijnt om God te zoeken buiten de muren van de kerk, terwijl het de ander onwaarschijnlijk lijkt dat er überhaupt een God bestaat. Het kan zijn dat iemand de deur dichtknalt, het kan ook zijn dat iemand stilletjes door de achterdeur naar buiten glipt.
Wat de reden ook is en onder welke omstandigheden en met welke emoties iemand ook vertrekt, probeer iemands beleving volledig serieus te nemen, ook wanneer je deze niet begrijpt, niet terecht of overdreven vindt. Er zijn altijd redenen waarom deze persoon het zo beleeft.

Waarom de ene persoon met ‘verdriet om bepaalde kerkelijke ontwikkelingen’ in de kerk blijft, terwijl de ander de kerk verlaat, heeft meestal met meer factoren te maken dan enkel met ‘de ontwikkelingen’. Karakter, aanleg, behoeften, omstandigheden, er kan veel meespelen wat maakt dat iemand een bepaalde keuze maakt.
Iemand (stiekem) overgevoelig vinden of (stiekem) beschuldigen van gemakzucht helpt nooit. Bij de kerk blijven kan iemand veel kosten. Dat geldt echter ook voor bij de kerk weggaan. We hebben de neiging om van de weg die de ander kiest vooral op te merken wat deze weg die persoon lijkt op te leveren, terwijl degene die de weg begaat vooral voelt wat de weg kóst.

 

Beschuldigd

Veel kerkverlaters geven aan een diep gevoel van onrecht te hebben ervaren toen zij door kerkblijvers beschuldigd en veroordeeld werden op wat er in hun hart omgaat.

Een vrouw vertelde dat in haar exit-gesprek tegen haar gezegd werd dat zij zich liet leiden door de duivel. Huilend liet ze weten dat ze juist met haar hele hart God wilde dienen en dat God voor haar nou eenmaal groter was geworden dan de muren van de kerk.

Een man vertelde dat hem gezegd was dat hij de gemakkelijkste weg koos en dat hij niet zomaar (!) mocht opgeven. Hij moest maar veel bidden, vergeven en geduld hebben. Deze man had grote moeite met het feit dat in zijn kerk geen homo’s mochten trouwen en probeerde al jaren dit op allerlei manieren aan te kaarten, omdat hij geloofde dat dit niet Bijbels was. Hij voelde zich moegestreden, niet serieus genomen en intens teleurgesteld omdat de kerk – in zijn beleving – bleef volharden in haar dwaling. Hij ervoer een noodzaak om de kerk te verlaten en raakte daarbij dierbare vrienden en zelfs zijn baan kwijt. Hij voelde zich zwaar miskend in zijn pogingen de goede strijd te strijden en te kiezen voor wat júist is en niet voor wat het makkelijkst is.

Een lesbisch stel dat wilde trouwen en de kerk verliet omdat dit daar niet kon, kreeg te horen dat zij ‘alleen maar hun eigen zin wilden doen’ en God en Zijn heilige gemeente op de tweede plaats hadden gezet. Ze werden gewaarschuwd dat ze zich op een heilloze weg bevonden, terwijl ze de kerk verlieten omdat ze trouw wilden zijn aan wat zij oprecht geloofden dat de weg was die God met hen wilde gaan.

Het kan intens moeilijk zijn om redenen te horen die onrechtvaardig lijken of die indruisen tegen wat je zelf gelooft dat Bijbels en goed is. Toch is dit helaas wat nou eenmaal gebeurt wanneer verschillende mensen vanaf verschillende plekken naar hetzelfde kijken: zij zien en ervaren de dingen verschillend. Iemand die een weg kiest die jou niet de ‘juiste’ lijkt, doet dit niet omdat deze persoon zich niet meer interesseert voor wat ‘juist’ is, maar omdat hij/zij/x andere inzichten heeft over wat ‘juist’ is. Dat dit überhaupt mogelijk is, is al pijnlijk genoeg, ook zonder dat iemand ergens van beschuldigd wordt.

 

Bidden

Hardop bidden met (potentiële) kerkverlaters kan zeer gevoelig liggen. Er zijn hierbij twee punten die goed in de gaten moeten worden gehouden.

Om te beginnen is het goed je af te vragen of er een gezamenlijke wens is. Bidden voor iemands gebroken been is heel iets anders dan bidden omdat iemand een ‘foute keuze’ maakt. Bij een gebroken been wil degene met het gebroken been zeer waarschijnlijk zelf ook graag genezen en is er dus sprake van een gezamenlijke wens. Bij een ‘foute keuze’ zal het vrijwel nooit zo zijn dat degene die de keuze maakt dit zelf ook als ‘foute keuze’ ervaart. Wanneer je in zo’n geval hardop vraagt of God iemands ogen wil openen, zeg je als het ware indirect: was (of deed) je maar anders! Dat mag je uiteraard wel denken, maar dit hardop uitspreken kan worden ervaren als een belediging en als miskenning. Je kunt bijvoorbeeld wel bidden om wijsheid, kracht en troost. En dan niet alleen voor de kerkverlater, maar ook voor de kerkblijvers die verdriet hebben omdat iemand de kerk verlaat.

Bid echter alleen – en dit is het tweede aandachtspunt – wanneer de ander geen (tijdelijke) allergie heeft ontwikkeld voor alles wat met religie te maken heeft en ook alléén wanneer de ander nog in God gelooft of op het bestaan van God hoopt. Is dit namelijk niet het geval, dan kan zo’n gebed ervaren worden als het door de strot duwen van religie. Iemand sprak in dit geval van een ‘geestelijke verkrachting’, omdat hij het werkelijk zo destructief had ervaren.

Waak ervoor het gebed te gebruiken als pressiemiddel of als wapen. Bid alléén hardop wanneer de ander dit ook wil.

Waak sowieso voor ‘geestelijk of levensbeschouwelijk overrulen’, zeker wanneer iemand niet meer in God kan of wil geloven. Opmerkingen als: “Jij gelooft niet meer in God, maar God gelooft nog wel in jou” kunnen worden ervaren als respectloos en opdringerig.
Hoe moeilijk het ook is, probeer te voorkomen dat iemand ‘om de oren wordt geslagen’ met het geloof of met geloofsuitingen. Júist wanneer je haast letterlijk iemand de kerk in zou willen trekken uit grote zorg om diens ziel, júist dan zou je zo iemand de ruimte moeten geven om een ándere richting in te slaan. De mens die behoefte heeft aan meer (ziels-/zijns-/bestaans)ruimte zal zelden vrijwillig terugkeren naar een plek waar hij/zij/x geen vrijheid heeft ervaren.

Als hardop bidden niet helpend lijkt, wil dat natuurlijk niet zeggen dat er niet in stilte gebeden kan worden. Let go, let God.

 

Inge Bosscha studeerde Contextueel Pastoraat en is werkzaam als Coach voor Kerkverlaters.  Zie dogmavrij.nl

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

3 Nazorg 

Door Inge Bosscha

Vanuit compassie en bewogenheid eindigt een goed pastoraal gesprek haast automatisch bij de vraag: hoe nu verder? Hoe zie je de toekomst voor je? Waar hoop je op? Wat zoek je? Is er ook iets waar je bang voor bent of waar je tegenop ziet? Is er iets wat je nodig hebt? Heb je genoeg mensen om mee te praten? Kan ik, kunnen wij als kerk, nog iets voor jou betekenen?
Lang niet elke kerkverlater vindt het prettig om nazorg te ontvangen en sommigen zullen dit ervaren als ‘bemoeizucht’, maar het kan goed zijn het in elk geval aan te bieden en iets te zeggen als:
“Ik wil dat je weet dat je welkom blijft. Ook wanneer je besloten hebt om nooit meer een voet over de drempel van de kerk te zetten. Ook wanneer je nu niet wilt praten, maar misschien over een paar jaar wel. Ook wanneer je dan alsnog niet naar de kerk wilt. Ik wil je laten weten dat je, net als ik, vrij bent zelf je weg te kiezen. En als dat niet meevalt, wil ik er voor je zijn.”

 

Zegen

Sommige kerkverlaters ervaren het als helend wanneer zij gezegend worden op hun weg naar ‘buiten’. Het kan goed zijn te vragen of hier behoefte aan is.
Niet elke predikant/ambtsdrager zal dit kunnen/willen, maar probeer in dat geval ruimhartig te zijn en bijvoorbeeld de hulp in te schakelen van een predikant van een (vrijzinnige) geloofsgemeenschap die wel bereid is en ook qua geweten in staat is om de zegen van God mee te geven aan iemand die de kerk verlaat.
Juist wanneer de kerkverlater worstelt met God kan (onbewust) de uitspraak “Ik laat u niet gaan tenzij u mij zegent” een rol spelen. Worstelen met God gebeurt met name bij mensen die (onbewust) een straffend, dominant en/of beperkend godsbeeld hebben. Juist hen kan het ‘laten gaan’ van deze god ruimte geven voor iets anders.

 

Geliefden

Rondom de (bijna) kerkverlater is vrijwel altijd een kring van kerkblijvers die mogelijk verdriet en zorgen hebben omdat een geliefde de kerk (bijna) verlaat. Kerkverlating van een kind, broer/zus, partner, ouder of vriend(in) kan niet alleen invloed hebben op het gevoel van welbevinden van de kerkblijver, maar ook op diens geloof(sleven).

“Vanaf dat mijn zoon vertelde dat hij twijfelde aan het bestaan van God heb ik geworsteld met het beeld van een God die mensen naar de hel stuurt wanneer ze niet in Hem geloven. Toen mijn zoon uiteindelijk de kerk verlaten had en we van diverse broeders en zusters meeleven en steun ontvingen, deed dit deels goed, maar deels vond ik het ook onverteerbaar dat we benaderd werden als was onze zoon overleden. Ik wilde en kón ook niet meer geloven in een God die je enkel in de hemel laat wanneer je de juiste levensbeschouwelijke visie hebt. Mijn godsbeeld veranderde sterk, de reikwijdte van Zijn liefde omsloot daardoor ook mijn zoon. Dit was een boost voor mijn geloofsleven, maar tegelijkertijd voelde ik me steeds minder begrepen en helaas ook steeds minder thuis in de gemeente.”

“Sinds mijn vader de kerk verliet, is onze relatie sterk veranderd. Hij was altijd mijn geloofsheld, maar nu maak ik me zorgen om hem. Onze gesprekken eindigen vaak met frustratie en verdriet. Ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan.”

“Ik worstel enorm met de doopbelofte die ik zelf heb gedaan en voel me schuldig omdat mijn beide kinderen geen kerkgangers meer zijn. Als er een doopdienst is, blijf ik thuis, omdat ik mijn gevoel van falen in combinatie met de hoop en de goede voornemens van de kersverse ouders niet kan verdragen.”

Pastoraat rondom kerkverlating betekent óók pastoraat voor kerkblijvers. Elke kerkblijver kan een potentiële kerkverlater zijn of worden. Hoe meer ruimte men ervaart voor de eigen gevoelens en het eigen proces, en hoe meer er naar iemands beleving geluisterd wordt zónder ‘correctie’ of ‘veroordeling’, hoe meer de geloofsgemeenschap – zelfs na vertrek van (een) geliefde(n) – kan blijven voelen als ‘thuis’ en hoe minder drang er zal zijn om weg te blijven of te vertrekken.

 

Onderzoek

Het verhaal van een kerkverlater staat niet op zichzelf. Er kunnen binnen de geloofsgemeenschap meer mensen zijn met vergelijkbare ervaringen/aanleg/beleving.
Als iemand bijvoorbeeld heeft aangegeven last te hebben (gehad) van chronische spanningen naar aanleiding van het geloof dat alles en iedereen onderdeel is van een geestelijke strijd, dan kan het goed zijn om ‘stress en spanning rondom de geestelijke strijd’ als aandachtspunt te hanteren bij de huisbezoeken. Dit kan bijvoorbeeld door hier gericht naar te vragen. Het kan helend zijn als mensen voelen dat er ruimte is voor wat wérkelijk in hen omgaat en dat zij hierom niet veroordeeld worden.

Vermoed of merk je dat men het moeilijk vindt om eerlijk aan te geven wat men écht denkt en voelt, vooral wanneer dit als ‘negatief’ kan worden ervaren, dan kan je gemeenteleden tegemoet komen door bijvoorbeeld anonieme vragen- en reactieformulieren uit te delen.
Of – bijvoorbeeld wanneer de kerkverlater te maken had met seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen de gemeente – door het aanstellen van (extra) vertrouwenspersonen en/of het oprichten van gespreksgroepen. Ik bedoel hiermee in geen geval dat geprobeerd moet worden alles binnen de muren van de kerk op te lossen (schakel zo nodig vooral politie, deskundigen en hulpverleners in van buiten!), maar wel dat er ook bínnen de kerk zoveel mogelijk ruimte komt voor álle verhalen. Als de kerk haar ‘grenzen’ zo ver oprekt dat er ruimte is voor íeders beleving, hoeft niemand meer te vertrekken om zich gehoord, gezien en erkend te voelen.

 

Inge Bosscha studeerde Contextueel Pastoraat en is werkzaam als Coach voor Kerkverlaters. Zie dogmavrij.nl.

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement