Suïcidaliteit

1. Wat is suïcidaliteit? 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

2. Hoe ontstaat suïcidaliteit? 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

3. Hoe herken je suïcidaliteit? 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

4. Welke rol spelen geloof en levensbeschouwing bij suïcidaliteit? 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

5. Do’s en don’ts 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

7. Verdieping 

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

De oorzaken van suïcidaliteit 

Informatie over mogelijke oorzaken van suïcidaliteit.

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Suïcidaliteit en geloof 

Handvatten voor bij het pastoraat voor mensen die suïcidaal zijn, hun familieleden of de nabestaanden van iemand die door suïcide om het leven is gekomen.

De uitgebreide informatie hiervan is alleen voor PastoraatWijzer Plus gebruikers te lezen. Bekijk mogelijkheden van PastoraatWijzer Plus

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Suïcidaliteit, geloof & kerk: wat kunt u doen? 

Matthias Jongkind, Bart van den Brink en Hanneke Schaap-Jonker

In Nederland maken gemiddeld vijf mensen per dag een einde aan hun leven door zelfdoding. Het is dus niet verwonderlijk dat niet alleen suïcidaliteit en suïcide sterk in de publieke belangstelling staan, maar dat ook het voorkómen van suïcide hoog op de (politieke) agenda staat. Het verdient ook een plek op de kerkelijke agenda.

Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat geloof een beschermende factor is voor suïcidaliteit. In de Multidisciplinaire Richtlijn Suïcidaal Gedrag wordt dit eveneens gesteld. Maar waarom is dat zo? Wat maakt dat geloof een beschermende factor is? Heeft dat te maken met overtuigingen, met ervaringen van troost, met sociale steun, met specifiek gedrag?
Deze vragen waren aanleiding voor nader onderzoek vanuit het Kennisinstituut Christelijke GGZ bij depressieve patiënten die in behandeling waren bij Eleos. In een eerste studie zijn 155 patiënten onderzocht op het gebied van de depressieve stoornis, ernst van de suïcidaliteit en geloof. Hierbij is geloof uitgebreid onderzocht, aan de hand van vijf verschillende dimensies: 1. godsbeeld, 2. frequentie van de kerkgang/bidden, 3. mate van belangrijkheid van het geloof in iemands leven, 4. sociale steun, en 5. morele bezwaren tegen suïcide.

 

Goede inbedding in de gemeenschap

Evenals in eerdere studies die op dit gebied zijn uitgevoerd, ontdekten we in ons onderzoek dat sociale binding (zoals vaker naar de kerk gaan, positieve sociale steun) samenhangt met minder suïcidaliteit. Voor de pastorale zorg vanuit de gemeente betekent dit dat het belangrijk is om oog te hebben voor een goede inbedding binnen de gemeenschap. Gerichte inzet van gemeenteleden, bijvoorbeeld vrijwilligers die op bezoek gaan of mensen ophalen voor kerkelijke activiteiten, kan hierbij behulpzaam zijn.

 

Godsbeeld

Een belangrijke nieuwe bevinding is dat er bij de christelijke patiënten duidelijke verschillen zijn in het godsbeeld en dat dit godsbeeld samenhangt met de ernst van de suïcidaliteit. De resultaten laten zien dat patiënten met een positief/steunend beeld van God minder suïcidaal zijn dan patiënten met een angstig/afstandelijk godsbeeld. Belangrijk om te vermelden is dat de patiënten met het positieve/steunende godsbeeld God ook zien als heersend/straffend. Dit betekent dus dat juist de combinatie van heersend/straffend en positief/steunend (God die als Koning regeert en leidt) beschermend is. Het beeld van God als afstandelijk/niet betrokken in combinatie met angst maakt het risicovol. Een ernstiger mate van suïcidaliteit (als iemand bijvoorbeeld concrete plannen gaat maken) gaat vaak samen met een groter isolement en is doorgaans gevaarlijker dan bijvoorbeeld een wens om niet langer te hoeven leven die meer latent aanwezig is. Wanneer het isolement ultiem wordt, en je je niet alleen door mensen maar ook door God verlaten voelt, is het godsbeeld dus zeker geen beschermende factor en lijkt de gevarenzone groter te worden.  Voor de pastorale begeleiding betekent dit dat de vraag wie God voor iemand is, essentieel is – en het antwoord vraagt om een deskundig vervolg.

 

Morele bezwaren

Een andere belangrijke bevinding in dit onderzoek is dat de mate van de overtuiging dat God suïcide verbiedt (de zogenaamde morele bezwaren) sterk samenhangt met de ernst van suïcidaliteit en bovendien ook met suïcidaal gedrag in de voorgeschiedenis. Patiënten die veel morele bezwaren tegen suïcide hebben zijn minder suïcidaal en zijn ook in het verleden minder suïcidaal geweest. Opvallend hierbij is dat christenen onderling zeer verschillen in de mate waarin ze morele bezwaren tegen suïcide hebben. Het is daarom van belang om dit als pastor deze morele kant te onderzoeken: hoe kijkt iemand tegen suïcide aan, is dat iets waar God ook heus wel begrip voor heeft, of iets wat geen optie is, omdat God het verboden heeft, of iets daar tussenin? Bedacht moet worden dat geen enkele beschermende factor garanties biedt, ook morele bezwaren tegen suïcide niet. Ook iemand met een sterke morele overtuiging tegen suïcide kan toch zover komen dat hij een suïcidepoging doet; wanneer de lijdensdruk te hoog wordt, kunnen morele bezwaren wegvallen.

 

Pastor en kerk kunnen iets doen

Het bovenstaande laat zien dat het te eenvoudig is om ervan uit te gaan dat geloof altijd beschermend werkt ten aanzien van suïcidaliteit, hoewel het in het algemeen wel zo is. Voor gemeenteleden die (mogelijk) wanhoop of uitzichtloosheid ervaren en/of die suïcidale gedachten hebben, kunnen een pastor en verdere kerkelijke omgeving veel betekenen: in contact blijven, tijdig doorverwijzen naar professionele hulpverlening, een (dreigende) crisis signaleren en opnieuw contact (laten) opnemen met de hulpverlener, en – last but not least – het gesprek voeren over God en geloof in relatie tot de problematiek.

 

Drs. Matthias Jongkind is als klinisch psycholoog werkzaam bij Eleos. Drs. Bart van den Brink is als psychiater verbonden aan Eleos, kliniek ‘de Fontein’. Dr. Hanneke Schaap-Jonker is psycholoog en theoloog en werkt als rector van het Kennisinstituut christelijke ggz, onderdeel van Eleos en De Hoop ggz.

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement

Wat is suïcidaliteit? 

Informatie over suïcidaliteit: herkennen, karakter en motieven.

Deze informatie is afkomstig uit het boek ‘Wat suïcidaliteit met je doet‘.
(Henrike Rebel)

Aspecten van suïcidaliteit
Suïcidaliteit is een breed begrip. Het beslaat een spectrum dat varieert van milde tot zeer ernstige vormen. In de wetenschappelijke literatuur worden verschillende definities gegeven van suïcidaliteit. C. van Heeringen, hoogleraar Psychiatrie aan de Universiteit van Gent, geeft in het Handboek suïcidaal gedrag verschillende definities, afhankelijk van de vorm van suïcidaliteit waar het om gaat.

Suïcide
Een gewilde, aan zichzelf toegebrachte handeling die tot de dood heeft geleid. Hierbij geldt dat er een aanwijzing (bijvoorbeeld een afscheidsbrief) moet bestaan dat de betrokkene ook daadwerkelijk de fatale afloop wenste.

Suïcidepoging
Een poging tot suïcide, waarbij niet noodzakelijk van een overlijdenswens sprake hoeft te zijn, maar wel van opzettelijk gedrag. Opzettelijke zelfbeschadiging. Een handeling met niet-fatale uitkomst, waarbij de persoon moedwillig een niet-habitueel gedrag initieert dat, zonder tussenkomst van anderen, leidt tot zelfbeschadiging of waarbij de persoon moedwillig een medicijn gebruikt in hogere dosering dan voorgeschreven of gebruikelijk is, en waarbij beoogd wordt veranderingen te bewerkstelligen die de persoon wenst te bereiken door middel van de eigenlijke of te verwachten lichamelijke gevolgen.

Suïcidale intentie
Het aanwezig zijn van min of meer concrete plannen zich te suïcideren.

Doodswens
De dood wordt gewenst zonder dat daarbij ook reeds plannen zijn gemaakt.

Suïcidale ideatie
De neiging om in gedachten (maar ook soms in woorden en daden, zoals zoeken naar informatie op internet) bezig te zijn met de beëindiging van het eigen leven, zonder dat hiervoor reeds concrete plannen zijn opgevat.

Doodsideatie
De neiging zich, meer dan gebruikelijk, en lang achtereen, met de dood (van zichzelf of anderen) bezig te houden.

Ad Kerkhof, hoogleraar Klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, definieert suïcidaliteit in zijn boek ‘Suïcidepreventie in de praktijk’ als ‘het geheel aan gedachten, wensen, fantasieën, suïcidepogingen en voorbereidingshandelingen waarmee iemand feitelijk of mentaal bezig is. Suïcidaliteit is daarmee een aanduiding van een algehele (tijdelijke of meer permanente) geneigdheid van de persoon in kwestie om met suïcidale wensen, voorbereidingen of handelingen te reageren op emotionele problemen.’ Kerkhof neemt hier de gedachten, intenties, gedrag in de vorm van voorbereidingen en suïcidepogingen samen. Hij geeft aan dat men er feitelijk, actief, mee aan de slag kan zijn gegaan, maar dat men ook nog in het stadium kan zijn van het ‘nadenken over’. In de definitie komt naar voren dat suïcidaliteit tijdelijk of blijvend aanwezig kan zijn en dat het geduid kan worden als een reactie op emotionele problemen. Bij voorbereidingen kan gedacht worden aan het zoeken op internet naar adviezen voor methodes die zouden werken, het schrijven van een afscheidsbrief, het regelen van financiën voor nabestaanden, het overdragen van verantwoordelijkheden, het sparen van medicatie, het inkopen van materiaal waarmee men zich wil suïcideren, het nagaan wanneer er een trein op een bepaalde plek voorbijkomt, enzovoorts. Kerkhof geeft de volgende definitie van een suïcidepoging. ‘Een handeling zonder dodelijke afloop, waarmee de persoon, door de verwachting van schade aan het eigen lichaam of de dood te bewerkstelligen, of door het risico daarop niet uit de weg te gaan, gewenste veranderingen probeert aan te brengen. Deze handeling is geen terugkerende gewoonte.’ Deze definitie geeft aan dat de poging op initiatief van de persoon zelf is. Ook is men zich ervan bewust dat het gedrag schadelijk is voor het lichaam. Een kind dat met een mes speelt, is zich niet bewust van het feit dat het mes schade aan kan richten en daarom spreken we bij spelende kinderen die risicovol gedrag vertonen, niet van suïcidaal gedrag. Met het ‘aanbrengen van een gewenste verandering’ wordt bedoeld dat iemand iets wil bereiken door middel van de suïcidepoging. Men hoopt bijvoorbeeld dat gevoelens van pijn, schuld of eenzaamheid weggenomen zullen worden of dat men tot rust komt. In overeenstemming met de definitie van Van Heeringen betekent dat dat men het overlijden niet als primair doel hoeft te hebben.

Sommige mensen met een verstandelijke beperking en sommige dementerenden hebben de neiging om zichzelf met regelmaat te verwonden. Dit gedrag valt niet onder suïcidaliteit. Het gedrag kan bij hen de functie hebben om met problemen en spanning om te gaan, maar is niet als ‘straf ’ of als zelfkwelling bedoeld. Het komt niet uit gedachten voort die gericht zijn op zelfdestructie. Dit gedrag wordt niet als vorm van een suïcidepoging gezien. Kerkhof definieert suïcide als ‘een handeling met dodelijke afloop, door de overledene geïnitieerd, in de verwachting van een dodelijke of potentieel dodelijke afloop, met de bedoeling gewenste veranderingen aan te brengen’. De handeling die tot de dood leidde, is het initiatief van de betrokkene zelf. Hij verwachtte dat hij door de handeling zou kunnen overlijden. Als men hoopte dat de handeling niet dodelijk zou zijn, maar het gebeurt toch, dan spreken we toch over suïcide. Ook hier wil men een ‘gewenste verandering aanbrengen’. Men wil af van de moeilijkheden die het huidge leven met zich meebrengt en hoopt dat daar door het overlijden verandering in komt.

De grenzen van suïcidaliteit

Automutilatie
Automutilatie is het bewust beschadigen van het eigen lichaam of zichzelf fysiek ernstig tekortdoen. Van Heeringen noemt het opzettelijke zelfbeschadiging. Vormen van automutilatie zijn bijvoorbeeld zichzelf snijden met een (scheer)mesje, sigarettenpeuken op zichzelf uitdrukken, zichzelf krabben, bijten of met het hoofd tegen de muur bonken. Maar ook afzien van eten en drinken of met opzet te veel eten kan gezien worden als een vorm van automutilatie. Automutilatie staat niet op zichzelf: het is een uiting van een dieperliggend probleem. Dat kan de aanwezigheid van een psychische aandoening zijn, bijvoorbeeld een borderline persoonlijkheidsprobleem of schizofrenie. Elders in dit boek worden deze ziektebeelden verder toegelicht. Automutilatie kan in andere gevallen een reactie zijn op problemen; het kan helpen om spanning te laten afvloeien of om innerlijke leegte minder te voelen. Voor anderen heeft het de functie om zichzelf te straffen of te ervaren dat men macht en controle heeft over de pijn. Mensen die zich automutileren, hebben in eerste instantie niet het doel om zichzelf zodanig te beschadigen dat ze eraan zullen overlijden. Kerkhof beschrijft dat zelfdestructief gedrag de neiging heeft om telkens terug te keren in tijden van stress. De kans dat iemand zich dan alsnog suïcidaal gedraagt, is aanwezig. Omdat de achtergronden en problemen van degenen die zich beschadigen in sterke mate overeenkomen met die van hen die meer doodsgerichte  suïcidepogingen doen, valt automutilatie ook onder suïcidaliteit, aldus Kerkhof.

Euthanasie
Suïcide is iets anders dan euthanasie. In Nederland is het verschil tussen euthanasie en suïcide redelijk duidelijk. In veel landen waar euthanasie verboden is, wordt euthanasie als suïcide gezien en wordt de term ‘suïcide’ ook gebruikt voor wat bij ons ‘euthanasie’ is. Euthanasie is in Nederland toegestaan indien aan een aantal criteria is voldaan. Zo moet er onder andere sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Bij euthanasie is er lijden dat veroorzaakt wordt door een niet meer te behandelen lichamelijke aandoening, waarbij de patiënt in de terminale levensfase is. Als er geen euthanasie zou plaatsvinden, zou de patiënt binnen afzienbare tijd alsnog overlijden. De terminale ziekte is dan de oorzaak van het overlijden. Bij suïcide is er primair geen sprake van een lichamelijke ziekte waardoor men in een terminaal stadium is gekomen. Daarnaast wordt bij euthanasie de levensbenemende handeling door een andere persoon uitgevoerd dan de persoon die gaat overlijden. Bij suïcide verricht de persoon zelf de handeling. In sommige situaties wordt de handeling die suïcide tot gevolg kan hebben door een andere persoon uitgevoerd. Bijvoorbeeld wanneer iemand bewust op de snelweg gaat lopen waardoor een automobilist hem zou kunnen aanrijden. De suïcidale persoon zelf heeft ervoor gezorgd dat hij daar terechtkwam en daarom wordt hij zelf als degene gezien die de suïcidale handeling verricht.

Palliatieve sedatie
Suïcide mag niet verward worden met palliatieve sedatie. Bij palliatieve sedatie krijgt een zieke persoon medicatie toegediend in de laatste levensfase. Die medicatie is ervoor bedoeld dat de patiënt zich niet meer bewust is van pijn, benauwdheid en andere vormen van fysiek lijden. Het doel van palliatieve sedatie is het verlichten van het lijden en niet het verkorten van het leven.

Het karakter van suïcidaliteit

Isolement
Suïcidaliteit kenmerkt zich sterk door isolement. De persoon die suïcidaal is, zondert zich bijna altijd op een bepaalde manier af. Suïcide is de meest intense vorm van isolement. Geen enkel contact is meer mogelijk. Op de weg daarnaartoe zijn vaak, maar niet altijd, signalen op te merken waaruit blijkt dat iemand zich afzondert. Vaak is er sprake van grote eenzaamheid en verdriet bij mensen die suïcide plegen. Men had niemand of men liet nauwelijks iemand in het eigen leven toe. Of men was niet in staat om te delen wat er in zijn hart omging. Wanneer iemand zijn gedachten over of plannen voor suïcide voor zichzelf houdt, is dat een vorm van isolement. Die persoon draagt het alleen met zichzelf. Signalen van suïcidaliteit kunnen zijn dat iemand zich terugtrekt uit het sociale leven, zich vaak ziek meldt op school of op het werk, minder praat, minder belangstelling toont voor zaken die vroeger wel zijn belangstelling hadden en vul maar aan. Het isolement kan ook veroorzaakt worden door situaties waar de persoon zelf niets aan kan doen, bijvoorbeeld het verlies van een dierbaar persoon, de dood van een huisdier, verlies van lichamelijke kracht of verlies van werk. Deze gebeurtenissen kunnen ervoor zorgen dat de patiënt zich minder in het sociale leven gaat begeven en men meer en meer overgeleverd wordt aan eigen (negatieve) gedachten. Vaak worden naasten of familieleden van iemand die een suïcidepoging heeft gedaan of zich gesuïcideerd heeft, zich achteraf bewust van signalen die daarop wezen.

Ambivalentie
Een ander kenmerk van mensen die suïcidaal zijn, en dan in het bijzonder mensen die een suïcidepoging doen of zich suïcideren, is dat ze zich heel wanhopig en ellendig voelen. Het is bijna nooit zo dat men echt ‘de dood’ wil. Vrijwel altijd wil men dit leven op deze manier niet meer. Dat kan zijn door moeilijke omstandigheden of vanwege ernstig psychisch lijden. Als dat lijden of de toestand waarin hij verkeert in gunstige zin zou veranderen, zou hij best verder willen leven. De uitzichtloze situatie is dan de aanleiding voor suïcidaliteit. Zo bestaat er vrijwel altijd een zekere tweeslachtigheid of ambivalentie bij mensen die suïcidaal zijn. Maar die mag niet worden afgedaan als bewijs dat de suïcidaliteit niet serieus hoeft te worden genomen. Het kan beter worden gezien als dat de betrokkene aan zijn omgeving laat weten dat er net dat beetje ruimte is dat aangegrepen kan worden om suïcide te voorkomen, hoewel dat soms niet lukt. In de uitingsvorm van een suïcidepoging is die tweeslachtigheid soms terug te zien, doordat een poging heel gekunsteld kan zijn. Of dat het op een moment wordt gedaan waarop het waarschijnlijk is dat iemand anders zal ingrijpen. Hier volgen een paar voorbeelden.

Strategisch middel
Wanneer suïcidaal gedrag wordt gezien als een strategie, een middel om een doel te bereiken, dan geeft de ambivalentie van de suïcidant hulpverleners de gelegenheid om hem een andere strategie aan te bieden: een gezonder middel om het doel te bereiken of het kiezen van een gezonder doel. Als suïcidaal gedrag inderdaad een strategisch middel is om iets voor elkaar te krijgen, kan het gezien worden als een manipulatief middel.

Communicatiemiddel
Een suïcidepoging kan gezien worden als een communicatiemiddel. De persoon wil iets duidelijk maken, namelijk: ‘Ik kan het leven (op deze manier) niet meer aan.’ Soms kan men geen woorden geven aan zijn gevoelens van wanhoop en uit men die door een suïcide(poging). De suïcide(poging) kan uitgelegd worden als een roep om hulp. Vaak wordt hiervoor de term ‘cry for help’ gebruikt. De suïcidale persoon kan niet meer in woorden aangeven dat hij behoefte heeft aan hulp en zet zijn gedachten om in gedrag.

Controlemiddel
Suïcidaliteit kan ook de functie hebben van een controlemiddel. Er zit veel tegen in het leven en de suïcidale persoon heeft het gevoel daar geen greep meer op te hebben. Maar hij heeft nog wel greep op het leven: hij kan het beëindigen wanneer hij dat zelf wil. Wanneer de stress te groot wordt, kan hij vluchten door middel van een suïcide(poging). Dat geeft een veilig gevoel. De omgeving kan hierop reageren met zorg en betrokkenheid, wat de patiënt versterkt om zich later nogmaals suïcidaal
te gedragen. Men komt in een negatieve spiraal terecht, waar men pas uitkomen kan als de hulpvraag achter het suïcidale gedrag verhelderd en besproken wordt.

Motieven voor suïcide
Elk mens dat zich suïcideert, heeft daar een reden voor gehad. Vrijwel altijd ligt er een lijdensweg achter. Heel vaak is dat een worsteling met psychische problemen, zoals een depressie. Maar vaak spelen ook omstandigheden zoals ziekte of relationele problemen een rol. In tabel 5 is te zien welke redenen mensen in 2011 hadden om zich te suïcideren. In 797 van de 1647 gevallen, dat is in 48 procent van alle situaties, was er sprake van een psychische aandoening. Het gaat om mensen van wie bekend was dat ze die hadden en die er al dan niet (meer) voor behandeld werden. In 6 procent van de situaties ging het om een fysieke aandoening. Het is onbekend welke aandoening precies, noch of het om ‘zware’ of ‘lichte’ aandoeningen ging. Maar kennelijk zijn deze personen tot de conclusie gekomen dat het leven te zwaar werd met het lichamelijke lijden. Van 444 mensen (27 procent) is niet bekend waarom ze zich suïcideerden. Suïcide blijkt keer op keer heel moeilijk te voorspellen en uit deze cijfers blijkt dat het lang niet altijd duidelijk is waarom iemand het deed. Tegelijkertijd zijn er mensen bij wie je alle risicofactoren terugziet, maar die geen suïcide plegen. Momenteel wordt er retrospectief onderzoek gedaan naar de oorzaken van deze suïcides. Retrospectief wil zeggen dat de suïcide al heeft plaatsgevonden. Terugkijkend op de levensgeschiedenis van deze personen proberen onderzoekers een patroon te ontdekken dat achteraf zou kunnen verklaren waarom deze mensen zich suïcideerden. Mogelijk geeft die informatie weer aanleiding om nieuwe maatregelen te treffen. Men wil met mensen in een vergelijkbare situatie in contact komen en hun een behandeling aanbieden vóórdat ze zich suïcideren.

Ziekte, zonde of zelfbeschikking?
Hoe kunnen we suïcidaliteit interpreteren? Is het een ziekte, een zonde of iets waar we recht op hebben? Suïcidaliteit hangt heel vaak samen met psychiatrische problematiek, die in onze westerse maatschappij als een ziekte of stoornis wordt gezien en behandeld moet worden met medicatie en therapie. Zo gezien is suïcidaliteit inderdaad een symptoom van een ziekte. Wanneer we het ‘ziekte’ noemen, bekijken we het fenomeen door een medische bril. Dat is momenteel in Nederland het meest gangbare perspectief. Ziekte is iets dat vraagt om behandeling. Behandeling is meestal gericht op genezing, maar kan ook gericht zijn op het verminderen van klachten of het leren omgaan met klachten. Veel christenen zullen echter zeggen: ‘We hebben het leven van onze Schepper ontvangen en daarom mogen we het leven niet zelf beëindigen. Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest, waar we zorgvuldig mee moeten omgaan.’ Vanuit die redenatie wordt suïcidaliteit al snel als een zonde gezien tegen het gebod ‘Gij zult niet doden’. Wanneer we suïcidaliteit ‘zonde’ noemen, wordt het belicht vanuit een theologisch kader. Een seculiere Nederlander zal zeggen dat ieder mens verantwoordelijk is voor zijn eigen leven. Hij maakt zijn eigen keuzes en iedereen is vrij om te beslissen het leven te beëindigen als dat ondraaglijk wordt. De term ‘zelfbeschikking’ wordt daarvoor gebruikt en dan redeneren we vanuit een humanistisch perspectief.

Perspectieven
Het is goed ons ervan bewust te zijn dat betrokkenen een verschillend perspectief kunnen hebben. Dat helpt om de standpunten van iemand die een andere mening heeft beter te begrijpen. Een politicus die het aantal suïcides wil terugbrengen, heeft een algemeen perspectief en argumenteert vanuit een planmatiger kader dan een arts die een suïcidale patiënt voor zich heeft. De arts ziet een individu voor wie een behandelplan moet worden opgesteld. Een medewerker van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde wil graag opkomen voor het belang van patiënten die ernstig lijden, die zij willen helpen bij het vinden van een alternatief voor een eenzame dood. Ze komen ook op voor omstanders die een desastreuze suïcide van nabij meemaken. Een pastoraal werker die zijn pastoranten begeleidt vanuit het geloof dat er een leven na dit leven is en dat God het niet goedkeurt dat iemand zijn leven zelf beëindigt, zal in een gesprek zijn gemeentelid hierop wijzen. Een jurist die nadenkt over de voors en tegens van het herzien van de wetgeving rondom hulp bij zelfdoding heeft weer andere belangen. En hoe interpreteert iemand die
zelf suïcidaal is zijn suïcidaliteit? Dat verschilt per situatie. Bij patiënten met een christelijke levensovertuiging zien we vooral de betekenisgeving ‘ziekte’ en bij een aantal ook ‘zonde’ terug. Ze weten dat ze psychisch ziek zijn, maar vaak is men (sterk) van mening dat suïcidaliteit in Gods ogen zonde is.

Met PastoraatWijzer Plus kun je notities toevoegen en favorieten bewaren. Bekijk de voordelen van het Plusabonnement