De Heer is mijn Zetter

lettersTaal is iets aparts. ‘Taal is zeg maar echt een vreemd ding’ om het met een woordspeling op Paulien Cornelissens beroemde boekje te zeggen. We zoeken met elkaar naar een klank, naar bepaalde letters, en spreken dan  af dat het iets betekent. En dat overal ter wereld, op duizenden manieren, al eeuwenlang. Misschien is het nog wel het meest wonderlijk dat we er ons over het algemeen aardig mee redden.In ons verpleeghuis is taal soms een struikelblok. Bijvoorbeeld omdat de woorden wel in iemands hoofd zitten, maar er niet meer uit willen komen. Of er heel anders uit komen dan bedoeld was.
Er hangt bij ons dan ook regelmatig een wolk van frustratie in de gangen en de kamers. Bewoners raken gefrustreerd omdat ze niet begrepen worden, bezoekers en verzorgers raken gefrustreerd omdat ze niet begrijpen wat iemand bedoelt.

‘Vertalen’ staat niet in mijn functie-omschrijving, maar toch is dat een belangrijk deel van mijn werk. Ik probeer de woorden van onze bewoners te vertalen naar een voor mij begrijpelijke taal. En tegelijk probeer ik zo terug te spreken dat bewoners op hun beurt mij weer kunnen begrijpen.

Zo is voor mevrouw W. psalm 23 heel belangrijk. Steeds als ik haar in de afgelopen maanden ontmoette, zei ze tegen me: ‘de Heer is mijn Herder’. Haar gezicht stralend en vol vertrouwen. En ik beaamde dat: ‘Ja. De Heer is uw herder’.

Maar de dementie van mevrouw W. vordert, en daarmee wordt ook haar woord- en taalgebruik steeds verder aangetast. Mevrouw zingt nu alleen nog met een enkel woord en een passende klank het oude gezang 14 mee. Op ‘de Heer is mijn herder’ ken ik inmiddels verschillende variaties,  zoals ‘De Heer is mijn legger’ en: ‘De dominee is mijn herder’. Het geeft niks. Want we verstaan elkaar nog steeds. Taal is tenslotte echt een vreemd ding.

En ach, verschillen wij tweeën in het verpleeghuis nou echt zoveel van de ‘gewone’ wereld buiten? Ik denk het niet. Hoe vaak gebeurt het niet dat je elkaar soms toch begrijpt, ook al kloppen de woorden niet helemaal. Ook als voorganger kan het je zo maar gebeuren dat hoorders na een kerkdienst aangeven geraakt te zijn, soms tot tranen toe. En als je dan vraagt wat hen zo trof, blijken ze iets gehoord te hebben wat je helemaal niet hebt gezegd.

Voor ‘horen’ en ‘verstaan’ is kennelijk meer nodig dan alleen wat woorden en de daaraan gekoppelde betekenis. Laten we het er maar op houden dat de Geest hierin ook zo zijn zegje heeft.

Dus maak ik me over deze verschijnselen, binnen of buiten het verpleeghuis, tegenwoordig maar geen zorgen meer. Ik beperk me tot mijn taak om zo duidelijk mogelijk te vertellen wat ik wil delen, en zo goed mogelijk te verstaan wat de ander wil zeggen. De ruimte die overblijft, is voor de Geest, die erg goed is in het wegblazen van de nodige frustratie-wolken.

Afgelopen vrijdag namen mevrouw W. en ik afscheid van elkaar. Op mijn linkerwang had ik al een klinkende natte zoen staan. ‘Tot volgende week’ zei ik. ‘Tot volgende week’ zei mevrouw W. Ze hield mijn hand met haar beide handen vast en keek me met glimmende ogen aan. Met vaste stem zei ze: ‘De Heer is mijn Zetter’. En ik knikte en glimlachte terug. ‘Zeker, mevrouw W. De Heer is uw Zetter’.

Annemarie Roding,  predikant en geestelijk verzorger bij zorgorganisatie Careyn.

BewarenBewaren