Jongen of meisje?

Door: Gerry Kramers-Hasselaar

Willeke en Erik hebben ruim drie maanden geleden hun eerste kindje gekregen. Ik wist dat er een baby op komst was. De laatste tijd had ik me al eens afgevraagd wanneer de ‘uitgetelde’ datum ook al weer was. Vorige week ontving ik hun geboortekaartje, drie maanden na de geboorte. Vandaag ga ik op kraambezoek.
De kleine Robin ligt in de box als ik de kamer binnenkom. Hij ziet er vrolijk en tevreden uit. Zijn ouders staan er trots en glunderend bij. Even later vraag ik aan Willeke en Erik hoe het met hen gaat. ‘Tja, het is een hele intensieve tijd geweest en nog’, vertelt Willeke. ‘Vanaf de geboorte zijn we in een emotionele achtbaan terecht gekomen. Bij de geboorte bleek namelijk dat het geslacht van ons kindje niet vast te stellen was. Zowel uitwendig als inwendig waren er geen duidelijke kenmerken van een jongen of meisje. Onderzoek toonde aan dat er sprake was van een chromosomale afwijking (DSD).’
Dat bericht kwam totaal onverwacht. Van het ene op het andere moment kwamen Willeke en Erik voor allerhande vragen en problemen te staan. Erik vertelt: ‘Allereerst moesten we een geslacht en een naam kiezen voor ons kind. Daar kregen we drie maanden de tijd voor. In de tussentijd deden zich al diverse problemen voor. Bij allerlei instanties, zoals burgerlijke stand en ziektekostenverzekering, is het nodig dat je een van de twee vakjes aanvinkt, jongen of meisje. Genderneutraal kennen ze niet. Iedere keer moesten we telefonisch weer uitleggen hoe het zat. Verder was het ook zoeken hoe we over ons kindje spraken. Zeg je nu ‘hem’ of ‘haar’? In sommige landen heb je een derde persoonsvorm, maar in het Nederlands niet.’
Willeke en Erik hebben nu een geslacht gekozen. Dat geeft op verschillende gebieden wat meer rust. Tegelijk laten ze de mogelijkheid open voor aanpassing als Robin groter wordt en zelf mee kan gaan beslissen. Daarom hebben ze hem een genderneutrale naam gegeven en proberen ze hem genderneutraal op te voeden. Ze beseffen dat ze in de toekomst nog voor veel vragen en hindernissen zullen komen te staan. Verder moet Robin voor zijn gezondheid diverse medische operaties ondergaan. We spreken af dat we contact houden. Daar ben ik blij mee. Ik hoop dat we als kerk Willeke, Erik en Robin op allerlei gebieden tot steun kunnen zijn.

Mw. drs. G. Kramer-Hasselaar is bezoekmedewerkster in de kerk en psychologe.

Dit artikel verscheen eerder als ‘cursief’ in Ouderlingenblad, mei 2019, nr. 1103.