Na zo lang nog – Leven met jong ouderverlies

Door Henrike Dankers

Houdt het dan nooit op?

Mijn vader overlijdt als ik negen jaar ben. Dertig jaar later ga ik, door mijn opleiding Theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede, terug naar het verleden en komt het verdriet in alle hevigheid terug.

Tijdens de supervisie begrijpt een medestudent iets niet. Hij ziet in mij een ‘powervrouw’. Alles is goed verzorgd en ik heb alles goed voor elkaar. Tegelijk merkt hij dat ik vaak onzekerheid ben. ‘Er moet iets in je jeugd zijn gebeurd waardoor je bent beschadigd…’ Met die woorden prikt hij door die powervrouw heen. ‘Je hebt gelijk: mijn vader ging dood toen ik nog maar een kind was.’ Nu ligt mijn verdriet op tafel. Mijn verhaal.

ijn supervisor laat een filmpje zien: Father and Daughter van Michael Dudok de Wit. Over een meisje dat op haar fietsje steeds op zoek gaat naar haar vader die verdween. Ze gaat steeds weer terug naar diezelfde plek. Als meisje, als puber met vriendinnen, als vrouw en moeder, als oma. Herkenbaar. Steeds weer terug naar diezelfde plek. Die plek van verdriet waarvan je denkt: daar ben ik toch allang voorbij? Houdt het dan nooit op?

Achterwaarts

Wij zijn qua tijd gewend te denken in verleden, heden en toekomst. Je leeft toekomstgericht, je moet altijd verder en niet ‘blijven hangen’ in een vorige fase, maar dingen achter je laten. Dan geeft het onrust en soms een gevoel van falen als je merkt dat een verlies van lang geleden je nog steeds dwars zit: ik heb iets niet goed gedaan. Ik moet het achter me laten. Het moet nu na dertig jaar maar eens over zijn.

Toch is het soms nodig wél terug te gaan in de tijd. Om te rouwen in het hier en nu om een verlies van lang geleden: achterwaarts rouwen. Ik gebruik liever niet de woorden ‘uitgestelde of onverwerkte rouw’. Dat klinkt alsof ik het als kind niet goed heb gedaan. Voor veel kinderen is het te zwaar om te rouwen om het verlies van één van de belangrijkste personen uit je leven en om te ontwikkelen tegelijk. Daarom het is begrijpelijk dat je als kind gaat overleven, de pijn om het verlies wegstopt. En daarom is het begrijpelijk dat je pas als je volwassenen bent ruimte voelt om te rouwen om dat verlies. Achterwaarts rouwen is dus niet raar of fout. Niet alles hoeft ‘over’ te zijn. Je hoeft niet alles ‘achter je te laten’. Je mag aandacht besteden aan een verlies van lang geleden. Soms is het gewoon weer winter, wetend dat het daarna weer een keer lente wordt…

Moed

In de film Mees Kees in de Wolken is de leukste meester van Nederland bang. Zijn vriendin heeft hem een ballonvaart cadeau gedaan, maar Mees heeft hoogtevrees. Hij durft dit niet te zeggen met als gevolg dat hij zich voortdurend voor zijn vriendin verstopt. Vindt Mees uiteindelijk de moed om eerlijk te zeggen dat hij bang is? Of gaat de film zelfs zo ver dat Mees tóch in dat wiebelige mandje de lucht in gaat?

Bij moed denken we vaak aan heldhaftigheid. Maar de stam van het Engelse woord voor moed, courage, is ‘cor’, het Latijnse woord voor hart. Moed hebben betekent: zeggen wat je op je hart hebt. Eerlijk en open praten over wie je bent en wat je voelt. Je verhaal vertellen, met je mooie en minder mooie hoofdstukken. Dat is kwetsbaar, maar moedig. Volwassenen met jong ouderverlies vinden het vaak moeilijk hun verhaal ter sprake te brengen, omdat ze zich schamen: ‘Kom ik weer aan met mijn verhaal’ of: ‘Het is al zo lang geleden’. Soms zijn ze bang om afgewezen te worden of bang voor wat er bij henzelf naar bovenkomt. Of bang om niet begrepen te worden: ‘Ben ik niet raar?’ Wat is het dan heerlijk om iemand te hebben die tijd voor je neemt. Iemand voor wie je je niet hoeft te verstoppen en bij wie je alles wat op de bodem van je hart ligt er eens eerlijk uit kan storten. Iemand die je helpt om te huilen, want dat is helend en dat troost.

Ik hoop dat er meer aandacht en begrip komt voor de verhalen van volwassenen met jong ouderverlies. Ik hoop op moed van mensen om ernaar te vragen en ik hoop op moed van volwassenen om hun verhaal te vertellen.

Na zo lang nog.

Lees ook de handreikingen voor het omgaan met jong ouderverlies

Ruim tien procent van de mensen in de leeftijdscategorie 20-70 jaar heeft vóór hun twintigste een of beide ouder(s) verloren door overlijden. Wat zijn daarvan de gevolgen? En wat kunnen anderen, onder andere pastoraal werkers, betekenen voor volwassenen met jong ouderverlies? Daarover schreef Henrike Dankers het boek Na zo lang nog. Leven met jong ouderverlies. Zij sprak over bovenstaande vragen met volwassenen die als kind hun ouder(s) verloren. In haar boek komen hun verhalen terug, naast haar eigen persoonlijke verhaal.