Stevig in kwetsbaarheid

Ontregeling, onzekerheid, angst, eenzaamheid. Dat heeft dit coronajaar teweeggebracht. Maar ook solidariteit, verbondenheid, verstilling. En: dadendrang, koste wat kost controle houden en ontkennen dat je kwetsbaar en sterfelijk bent.

Theologe Eleonora Hof, predikant in het Belgische Ieper, schrijft over dat ontkennen. Hoe komen mensen ertoe ‘om zichzelf niet open te kunnen of willen stellen voor hun eigen kwetsbaarheid, en in het verlengde daarvan, sterfelijkheid?’ Hof haalt Dorothee Sölle aan, die de term ‘window of vulnerability’ gebruikt: een militaire term die aangeeft dat je dat venster altijd dicht moet houden, zodat de vijand je niet kan aanvallen. Maar daarmee sluit je je ook af voor wat ons juist menselijk maakt: verbonden zijn met anderen en je kunnen laten raken. Wie de eigen kwetsbaarheid ontkent, sluit zich af van de realiteit. Psychologisch is dit ook een afweermechanisme om gevoelens van angst en machteloosheid die gepaard gaan met het realiseren van je eigen broosheid niet onder ogen te hoeven zien.

Twee sporen in gebeden

Hof beschrijft hoe belangrijk het is om in kerkdiensten die gevoelens van kwetsbaarheid en machteloosheid, van afgesneden zijn en angst, te benoemen. In voorbeden bijvoorbeeld. En daarnaast, in diezelfde gebeden, te spreken van hoop, troost, nabijheid van de Eeuwige.
Zo valt de eigen kwetsbaarheid ‘op een juiste manier te thematiseren: enerzijds erkennen, anderzijds bekrachtigen van de kracht in kwetsbaarheid’.

Gespreksruimte

Claartje Kruijff zoekt in haar boek Stevig staan in een kwetsbare wereld naar ‘een gezonde laatmoderne levenshouding die gebaseerd is op onze verhouding tot het grotere geheel’. In woorden van Etty Hillesum ‘we moeten onze innerlijke post leren bezetten’.
Ook zij benoemt het belang van erkennen van je kwetsbaarheid, van durven zeggen dat je wankelt, broos bent. Juist die kwetsbaarheid is wat ons bindt en bij elkaar houdt. Maar al te vaak als iemand zich onzeker toont of als iemand iets ernstigs overkomt, wordt die bedolven onder de bemoedigende reacties, adviezen of bezweringen met ‘jij kunt dit’.
Kruijff mist gespreksruimte – de vrijheid om van elkaar te leren, om nieuwsgierig te zijn, om onafheid, twijfel en meerduidigheid te laten staan. Onder andere in het pastoraat heeft ze geleerd dat het genoeg is om ‘alleen maar in stilte gemeenschappelijke leefruimte te betreden en de onmacht, kracht of angst van de ander te laten zijn.’

Actief waken

Ze beschrijft haar eigen weg – van gelukkiger worden door minder met zichzelf bezig te zijn, naar zich realiserend, in de coronacrisis: ‘Er moet ook een kern zijn, een eigen fundament om op terug te vallen en van waaruit je kunt geven. Ook dat vraagt om aandacht, ook dat kun je oefenen.’ De wisselwerking tussen beide, daar gaat het om. Ze gebruikt het beeld van ‘wandelen met God’, als een vorm van actief waken. Stevig staan en daardoor wendbaar kunnen zijn: ‘Als je weet wat er in jouw leven echt belangrijk is, wat je (spirituele) ankerpunten zijn, kun je ook een keuze maken en opstaan wanneer het nodig is.’

Dit boekje biedt veel aanknopingspunten voor pastoraal (groeps)gesprek in deze tijd, rond thema’s als onzekerheid, kwetsbaarheid, vergeving, angst en moed, delen en je verbinden met anderen, het uithouden – zeker ook voor dertigers en veertigers.

Kwetsbaarheid en wederkerigheid ten tijde van pandemie’.
Uit: TussenRuimte 3, 2020.

Claartje Kruijff, Stevig staan in een kwetsbare wereld, Ambo|Anthos, 2020.